X
GO
Witloof | Phytophthora cryptogea | Opbrengstverlies
Annelien Tack
/ Categories: Publicaties

Witloof | Phytophthora cryptogea | Opbrengstverlies

Diepgaand onderzoek naar Phytophthora-stammen nodig voor goede beheersing

Aantasting door Phytophthora cryptogea veroorzaakt jaarlijks opbrengstverlies in de witloofforcerie. Door het beperkte gamma gewasbeschermingsmiddelen heeft de witloofsector alle belang bij de ontwikkeling van een geïntegreerde bestrijdingsmethode voor deze ziektekiem. Binnen het ECOPAD-project verzamelen onderzoekers informatie over de agressiviteit van verschillende stammen en hun gevoeligheid voor fungiciden. Ondertussen gaan ze ook op zoek naar minder gevoelige rassen.

 

Phytopthora cryptogea of bruin penrot is een bodemgebonden pathogeen die zware economische verliezen kan veroorzaken in de witloofteelt. De besmetting gebeurt op het veld, veelal in het najaar bij warm en vochtig weer. Infectie van de wortels treedt meestal op bij de rooi, vooral via het snijvlak onderaan de wortel. De ziektesymptomen zelf komen vaak pas tijdens
de forcerie tot uiting. Typisch is de bruine verrotting van de wortel, die zich afhankelijk van de graad van infectie over de hele wortel kan doorzetten. Vervolgens wordt de vorming van de vezelwortels geremd zodat de kroppen sterk worden gehinderd in hun groei en onverkoopbaar zullen zijn. Phytophthora is een pathogeen die zich kan verspreiden in de voedingsoplossing
via zoösporen. Dikwijls zal ook verslijming van de voedingsoplossing optreden.

 

Alternatieve maatregelen dringen zich op

Niet rooien bij regenweer is een manier om de infectieverspreiding door Phytophthora in te perken. Als je hieraan een vlotte verwerking van de wortels koppelt zodat de wortels zo snel mogelijk in de koelcel worden gestockeerd, dan kan je de verdere ontwikkeling van de pathogeen ook grotendeels tegengegaan. Deze maatregelen zijn echter niet altijd praktisch haalbaar en een bijkomende behandeling met een gewasbeschermingsmiddel dringt zich dan ook dikwijls op.

Met het verdwijnen van de erkenning van Fenomenal op 14 november 2019 viel een zeer belangrijk middel weg in de bestrijding van Phytophthora in witloof, zonder dat er een evenwaardig alternatief beschikbaar was voor een behandeling bij inschuren. De witloofsector heeft dus alle belang bij de ontwikkeling van een geïntegreerde bestrijdingsmethode van Phytopthora.

 

Diepgaand onderzoek over pathogeen

Cruciaal voor een geïntegreerde bestrijding is de verdere uitbouw van de kennis omtrent deze pathogeen. Binnen het ECOPAD-project gebeurt dit rond de drie pijlers van IPM (Integrated Pest Management): preventie, monitoring en actie. De onderzoekers van Inagro en CARAH leggen zich niet alleen toe op het verzamelen en identificeren van verschillende Phytophthora-stammen maar testen ook de gevoeligheid van courante witloofrassen voor verschillende van de verzamelde stammen. Verder wordt ook de effectiviteit van fungiciden tegenover deze stammen getest en wordt nagegaan met welke methode(s) elk van deze stammen snel kan worden gedetecteerd.

 

Agressiviteit Phytophthora-stammen wordt in kaart gebracht

Inagro en CARAH hebben al een verzameling van een vijftiental Phytophthora-stammen aangelegd. Zes hiervan zijn geïdentificeerd en werden genoemd naar hun plaats van oorsprong: Beauvechain, Hallon, Inagro, Leblanc, Zannier en Zonnebeke. Van elk van deze stammen werd zowel de agressiviteit als de gevoeligheid voor metalaxyl-M, azoxystrobine en mandipropamid getest in petrischalen. Dit zijn de actieve stoffen van respectievelijk Santhal (erkend in Frankrijk, maar niet in België), Ortiva (erkend in België) en Revus (erkend in België). Bij het bepalen van de agressiviteit onderscheiden we drie klassen: weinig agressief, matig agressief en zeer agressief. Weinig agressieve stammen werden tot nu toe niet teruggevonden, en slechts één stam (Inagro) kon als matig agressief worden aangeduid. De overige vijf stammen werden geïdentificeerd als zeer agressief.

 

Phytopthora cryptogea of bruin penrot resulteert in een duidelijke bruine verrotting van het wortelweefsel die zich zelfs over de hele wortellengte kan doorzetten.

Foto 1: Phytopthora cryptogea of bruin penrot resulteert in een duidelijke bruine verrotting van het wortelweefsel die zich zelfs over de hele wortellengte kan doorzetten.

 

Infectie (links reservoir met voedingsoplossing uit forcerie met aantasting door Phytophthora, rechts voedingsoplossing zonder Phytophthora-aantasting).

Foto 2: Infectie (links reservoir met voedingsoplossing uit forcerie met aantasting door Phytophthora, rechts voedingsoplossing zonder Phytophthora-aantasting).

 

Tabel 1. - Gevoeligheid voor gewasbeschermingsmiddelen getest in het labo: dosis (μg/ml) waarbij 50% (DL50) van de aanwezige Phytopthora-populatie in een petrischaal wordt afgedood. Hoe lager de dosis, hoe gevoeliger de stam is voor het gewasbescherm

Tabel 1. - Gevoeligheid voor gewasbeschermingsmiddelen getest in het labo: dosis (μg/ml) waarbij 50% (DL50) van de aanwezige Phytopthora-populatie in een petrischaal wordt afgedood. Hoe lager de dosis, hoe gevoeliger de stam is voor het gewasbeschermingsmiddel.

 

Figuur 1. - Aantastingsgraad van de witloofwortels na infectie met de matig agressieve Phytophthora cryptogeastam UPMC bij verschillende witloofrassen. Scores tussen 0 en 4 waarbij 4 een heel zware aantasting aanduidt.

Figuur 1. - Aantastingsgraad van de witloofwortels na infectie met de matig agressieve Phytophthora cryptogeastam UPMC bij verschillende witloofrassen. Scores tussen 0 en 4 waarbij 4 een heel zware aantasting aanduidt

 

Niet alle stammen zijn even gevoelig voor gewasbeschermingsmiddelen

Elk van de zeer agressieve stammen is gevoelig voor metalaxyl-M (Tabel 1), waarbij de stammen Zonnebeke en Beauvechain zeer gevoelig bleken te zijn. In vergelijking met deze stammen had de matige agressieve stam Inagro slechts een zeer beperkte gevoeligheid. Tegenover azoxystrobine had de stam Inagro dan weer een vrij sterke gevoeligheid die wel vergelijkbaar was met die van de zeer agressieve stammen Zonnebeke en Leblanc.

Het is dus gelukkig niet zo dat zeer agressieve stammen per definitie minder gevoelig zouden zijn voor gewasbeschermingsmiddelen. We zagen wel dat andere zeer agressieve stammen, Hallon en Zannier, respectievelijk twee tot drie keer minder gevoelig zijn voor azoxystrobine dan de stammen Inagro, Leblanc en Zonnebeke.

Op basis van de agressiviteit kunnen we dus niet direct de gevoeligheid voor gewasbeschermingsmiddelen afleiden. De zeer sterke gevoeligheid van zowel matig agressieve als zeer agressieve stammen voor mandipropamid bevestigt dit. Dit alles suggereert dan ook dat het succes van een behandeling onder andere wordt bepaald door de eigenschappen van de Phytophthora-stam waarop het middel wordt toegepast.

 

Zoektocht naar minder gevoelige rassen

Je zou een aantasting door Phytophthora ook binnen de perken kunnen houden door te kiezen voor minder gevoelige rassen. Daarom heeft Inagro verschillende rassen geïnfecteerd met een matig agressieve stam UPMC en met de zeer agressieve stammen Zannier en Zonnebeke om zo hun gevoeligheid te bepalen. De UPMC-stam is een referentiestam die door Belgische en Franse proefcentra wordt gebruikt om de rasgevoeligheid van witloof voor matig agressieve Phytophthora-stammen te bepalen. De aantastingsgraad van de wortels werd aangeduid met een score tussen 0 en 4 waarbij 4 een heel zware aantasting aanduidt.

Bij infectie met de UPMC-stam bleek het merendeel van de geteste rassen zo goed als ongevoelig voor deze matig agressieve Phytophthora-stam (Figuur 1). De rassen Hermès, Platine en Mont Blanc vertoonden een heel sterke gevoeligheid met een bijhorende zware aantasting als gevolg. Andere, veelal meer recente rassen vertoonden echter amper symptomen. Verder onderzoek is vereist om te kunnen nagaan of deze rassen ook een lagere gevoeligheid vertonen voor andere matig agressieve Phytophthora-stammen. Tegelijk speelt ook de verwantschap tussen deze stammen hierbij waarschijnlijk een belangrijke rol.

In tegenstelling tot de infectie met de UPMC-stam, veroorzaakte infectie met de sterk agressieve stammen Zannier en Zonnebeke wel een algemeen zeer sterke aantasting bij alle rassen die werden opgenomen in dit onderzoek. Dat toont nogmaals aan dat het belangrijk is om te weten met welke Phytophthora-stam je te maken hebt alvorens je beslist om eventueel een bepaalde behandeling uit te voeren.

 

Korter op de bal spelen met snelle detectiemethode

Om beter te kunnen inschatten wat de effectiviteit van een behandeling met gewasbeschermingsmiddelen tegenover bepaalde Phytophthora-stammen zal zijn, is een diepgaander inzicht in de verspreiding en verwantschap tussen de verscheidene stammen vereist. Hieraan gekoppeld is het van belang om snelle detectiemethodes te kunnen ontwikkelen zodat de teler kort op de bal kan spelen met een geschikte behandeling. De informatie die onderzoekers over de stammen kunnen verzamelen kan mogelijk ook zaadhuizen helpen bij een gerichte veredeling naar meer resistente witloofrassen die ook beter gewapend zijn tegen zeer agressieve Phytophthora-stammen.

P. Maenhout & O. Degryse
Inagro, Rumbeke-Beitem

Bron: Proeftuinnieuws 10 | 25 mei 2020 | 24-25

Previous Article Guide de la visite 'La protection intégrée des cultures en plein air'
Next Article Des carottes | Maladies foliaires
Print
520 Rate this article:
No rating
Please login or register to post comments.

Theme picker